![]() |
|
|
|
Ierse kiezers wantrouwen 'onze' stemmachinesEen meerderheid van de Ierse kiezers wil wachten met de invoering van elektronisch stemmen totdat er een 'papieren' backup is aangebracht. Dat blijkt uit een recente studie die de Sunday Business Post heeft laten verrichten. Uit het zelfde onderzoek blijkt verder dat veel kiezers elektronisch stemmen helemaal niet zien zitten: zo'n 27 procent zegt dat het minder waarschijnlijk is dat zij hun stem uitbrengen als dat via een stemmachine moet gebeuren. Deze cijfers reflecteren het toenemende verzet tegen de invoering van het elektronische stemsysteem van Powervote Nedap tijdens de gecombineerde Europese en lokale verkiezingen op 11 juni van dit jaar. Zowel de oppositie als een aantal maatschappelijke organisaties maken zich zorgen over de betrouwbaarheid van het systeem. Het belangrijkste bezwaar tegen het voorgestelde systeem is het ontbreken van een 'papieren' backup die eventuele fouten in het systeem aan het licht zou kunnen brengen. De Irish Computer Society (ICS), een vereniging van ict-specialisten, zegt een voorstander te zijn van elektronisch stemmen, maar alleen als aan een aantal basisvoorwaarden, waaronder de introductie van deze papieren backup, is voldaan. Geen blanco stemmen Minister Martin Cullen van Milieu en binnenlands bestuur gaat er vooralsnog vanuit dat heel Ierland op 11 juni elektronisch zal stemmen. De regering heeft met het oog daarop een campagne gestart waarin zowel de voordelen als de werking van het veertig miljoen euro kostende systeem uit de doeken wordt gedaan. Tegelijkertijd heeft hij echter een onafhankelijke adviescommissie, de Independent Commission on Electronic Voting and Counting benoemd die de regering nog ruim voor de verkiezingsdatum een analyse moet geven over de betrouwbaarheid van het Powervote Nedap-systeem. Deze analyse is zowel gebaseerd op de ervaringen in een beperkt aantal kiesdistricten tijdens eerdere verkiezingen als op bijdragen die burgers en organisaties bij deze commissie kunnen indienen. Dit artikel verscheen op 17 maart 2004 in WebWereld; © 2004 Huib Zegers |